Boekbespreking.

 
 

 

Op deze site staat hoe je een boekbespreking kunt voorbereiden en welke punten je kan bespreken.

 

Als je alle punten op deze site goed in de gaten houdt, zul je niet zo snel iets vergeten te vertellen of te doen en dan wordt het voor de andere kinderen ook leuk om naar je te luisteren.

Probeer de kinderen die naar je luisteren maar lekker nieuwsgierig te maken naar het boek dat jij gelezen hebt.

Als ze allemaal het boek willen lezen, is je boekbespreking zeker een succes.

 

De voorbereiding     

 

Kies het boek dat je wilt bespreken. Laat het even door de meester of juf goedkeuren.  (Het moet bij je leeftijd passen, niet te dun zijn en we willen liever niet dat veel kinderen hetzelfde boek kiezen.)

 

Lezen:  Tja, dat is nodig, anders kun je er niets over vertellen.  Het is slim om tijdens het lezen van alles op te schrijven.

Bijvoorbeeld: - Na elk hoofdstuk dat je gelezen hebt even kort opschrijven wat er allemaal in dat hoofdstuk gebeurde.

- De namen van de belangrijkste personen uit het boek.

(Misschien gelijk er bij zetten wat voor personen dat zijn. Bijvoorbeeld:  Kees is een slome. Hij wil alleen maar thuis blijven en heeft nergens zin in. Of: Sandra is de leidster. Ze heeft altijd leuke plannetjes en zorgt er voor dat iedereen mee doet.)

 

Als het boek uit is meteen opschrijven:  Wat je van het boek vond.  leuk/grappig/spannend/eng/saai/moeilijk   Waarom?

Vond je het moeilijk om het lezen vol te houden of wilde je het zo snel mogelijk uit lezen.  (Stiekem in bed onder de dekens met zaklantaarn)

Welk stukje ga je voorlezen tijdens de boekbespreking? Waarom dat stukje?

 

Over de schrijver:  Het is erg leuk als je iets meer kunt vertellen over de schrijver of schrijfster van het boek. 

Bijvoorbeeld: Hoeveel boeken heeft hij/zij geschreven? Welke? (als het er meer dan drie zijn, vertel dan niet alle titels van die boeken, maar zeg dan bijvoorbeeld ‘zes boeken over Japie de schillenboer en twaalf over Harrie de harige aap’

Misschien kun je vertellen waarom hij/zij boeken schrijft en wanneer hij/zij voor het eerst een boek schreef.

(Over bijna alle schrijvers kun je op ’t internet een heleboel vinden. Kun je écht niets vinden vraag dan hulp van je ouders of de juf of de meester. Als het dan nog niet lukt, kun je dat bij de boekbespreking vertellen.)

 

Verzamelen:  Het is leuk om dingen die er bij passen te verzamelen. Die kun je tijdens de bespreking laten zien. Bijvoorbeeld:   Foto(’s)  van de schrijver/schrijfster. Andere boeken van de schrijver. Een tekening die je zelf maakte over iets in het boek……enzovoort

 

Heb je iets echt leuks over het boek of over de schrijver gevonden op het internet, dan mag je dat laten zien op het smartboard. Zeg het dan van te voren aan de mees of juf.

Zet van tevoren alles netjes klaar op een tafel voor de klas.  Je mag op het bord schrijven en of tekenen om het nog mooier te maken.

 

Let op!!!!  Pas goed op dat je spreekbeurt geen voorleesbeurt wordt. Soms hebben kinderen alles wat ze willen zeggen precies opgeschreven en staan dat voor de klas voor te lezen. Dat mag niet. (De meester of juf ziet dat echt wel)

Wel mag je een lijstje met steekwoorden gebruiken.

 

Bijvoorbeeld:  titel - druk (derde)- prijs (Gouden penseel 2003)  - illustraties - hoeveel blz. (62) - waar - welke tijd

hoofdpersonen (Kees Joop en Hannie) - vertellen - voorlezen - waarom

 

Je mag het verhaal ook in steekwoorden opschrijven.

 

Het is slim om de boekbespreking eerst thuis even voor je ouders/broers/zussen te doen.

 

Dan het grote moment:        De boekbespreking.

 

1. Vertel kort iets over: 

* de titel  (Niet zo moeilijk, dacht ik)

* de druk of het jaar waarin het boek geschreven is. (staat meestal in het boek)

* of het boek een prijs gewonnen heeft.  (gouden of zilveren griffel)

* of er illustraties (dat zijn plaatjes of tekeningen) in staan. Wie die gemaakt

   heeft en of daar een prijs mee gewonnen is. (gouden of zilveren penseel)

* laat illustratie(s) zien en vertel wat je er van vindt.

* hoeveel bladzijden het boek heeft en hoe lang je gelezen hebt.

 

2. Waar speelt het verhaal zich af? (bv. in Amsterdam of op een school of in de 

    bossen op de Veluwe)

    In welke tijd speelt het verhaal?  (bv. nu of in de Middeleeuwen)

    Vertel iets over de hoofdpersonen.  (Wie zijn dat en wat voor. (zie boven))

   

3. Nu mag je kort  het verhaal vertellen.  Vertel alleen belangrijke dingen. (Niet over de kleur van sokken, toen hij in de sloot viel of zo.. dat vindt niemand interessant)

Vertel niet hoe het boek afloopt.

 

(Kinderen die willen weten hoe het verhaal afloopt, moeten het zelf maar gaan lezen en als je al weet hoe het afloopt, is het boek vaak minder leuk.)

 

4. Tijd om een stukje voor te lezen.  Een stukje dat je het leukst of engst of grappigst of liefst of ……   vond. Vertel er, na het voorlezen, wel bij waarom je dat stuk gekozen hebt.   (Het voorlezen mag niet langer duren dan 3 minuten)

 

5. Als laatste vertel je waarom je het je hebt gekozen? Wat was er leuk aan het boek en wat vond je niet of minder leuk.  (bv. Ik vind geschiedenis erg leuk en in dit boek heb ik veel geleerd over de Middeleeuwen. Ook was het erg spannend en daar hou ik van. Over de straf lezen vond ik niet zo leuk.)

 

6. Je klasgenoten stellen vragen en die probeer je zo goed mogelijk te beantwoorden.

 

7. Je krijgt op papier een beoordeling van de meester of juf.

 

8. Opruimen. 

Hoera!!!!!  Je bent klaar.  

 

 

Nog even dit:    Het ziet er best ingewikkeld uit hè? En het lijkt erg veel….. toch?         

 

Nog een paar tips dan maar:

-         Begin ruim op tijd. (minstens 3 weken van tevoren)

-         Vraag op tijd hulp als het echt niet lukt.

-         Kies een niet te dik boek dat goed bij je past.

-         Als je echt wilt, kun je meer dan je denkt.

 

 

Iemand die voor de eerste keer een boekbespreking doet en er echt zijn best voor heeft gedaan (dat heeft de meester of de juf echt wel door) die krijgt altijd een voldoende.

 

Veel succes ….   met de voorbereidingen